Beweegprogramma’s – Het Centrum – Vondelplein – Amersfoort

Het Centrum - Vondelplein

Locatie Centrum

St. Agathastraat 4
3811 GE Amersfoort
Tel: 033-4227266
Mail ons

Locatie Tollius

J. Tolliusstraat 30
3818 NB Amersfoort
Tel: 033-4227266
Mail ons

Locatie Vondelplein

Vondelplein 4c
3818 BC Amersfoort
Tel: 033-4227266
Mail ons

Beweegprogramma’s

Voldoende lichaamsbeweging hoeft niet ingewikkeld te zijn. Voor volwassenen geldt dertig minuten matig intensief bewegen op minstens vijf – maar liever alle – dagen van de week als minimale beweegnorm (conform de Nederlandse Norm Gezond Bewegen). Op de fiets naar de supermarkt, de trap in plaats van de lift, een uurtje tuinieren, je zit al snel aan deze norm.

Bewegen met een chronische aandoening

Heeft u een chronische aandoening zoals bijvoorbeeld artrose, COPD, etalagebenen, osteoporose of een coronaire hartziekte? Of heeft u moeite om een actieve leefstijl te onderhouden als gevolg van een chronische aandoening of bijvoorbeeld na een oncologische behandeling? Juist voor u kan lichamelijke activiteit dan veel winst opleveren. Regelmatig bewegen draagt bij aan uw gezondheid. Bewegen heeft een positieve invloed op de bloeddruk en het cholesterolgehalte, hart, longen en bloedvaten blijven beter in conditie en botten blijven langer sterk. Ook verkleint beweging de kans op overgewicht.

Bewegen op maat

Wanneer u een chronische aandoening heeft en moeite heeft om voldoende actief te zijn, en blijven, kan de fysiotherapeut voor u een beweegprogramma opstellen dat is afgestemd op uw persoonlijke situatie en wensen.

COPD en bewegen: bewegen geeft lucht!

Voelt u zich benauwd bij inspanning? Hebt u last van hoestbuien? U bent misschien geneigd om lichamelijke activiteit te vermijden en daarmee uw benauwdheid te verminderen maar het is juist extra belangrijk om te blijven bewegen.

Het is erg belangrijk dat u beweegt wanneer u chronische bronchitis of longemfyseem hebt (kortweg COPD). Als u minder beweegt, krijgt u juist eerder klachten en nemen uw mogelijkheden steeds verder af. Speciaal voor mensen met COPD is in diverse fysiotherapiepraktijken een beweegprogramma ontwikkeld. Tijdens het programma begeleidt een fysiotherapeut met specifieke deskundigheid op het gebied van COPD u op een verantwoorde manier naar een actieve leefstijl.

Claudicatio intermittens (etalage benen)

De eerste keus behandeling bij etalagebenen is gesuperviseerde looptherapie en leefstijlbegeleiding. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat gesuperviseerde looptherapie leidt tot een verbetering in loopafstand, die vergelijkbaar is met de verbetering die behaald wordt middels een invasieve behandeling (‘dotter’ of een bypass operatie). Daarnaast verbetert de kwaliteit van leven en de algemene conditie van patiënten door de actievere leefstijl. Ook zijn er minder risico’s, zoals een infectie, verbonden aan gesuperviseerde looptherapie t.o.v. een invasieve behandeling. Tachtig procent van de patiënten met etalagebenen zijn dan ook tevreden met deze fysiotherapeutische behandeling en hoeven vervolgens geen invasieve behandeling meer te ondergaan. 

Wat is gesuperviseerde looptherapie? En wat houdt zo’n traject in?

Een traject gesuperviseerde looptherapie en leefstijlbegeleiding begint met een ‘intake’-gesprek bij een Chronisch ZorgNet therapeut die is gespecialiseerd in etalagebenen. Tijdens dit gesprek worden de klachten en beperkingen in bewegingsmogelijkheden besproken. Ook zal de maximale loopafstand en conditie worden bepaald middels een loopbandtest of een andere aangepaste test. Gedurende het traject zal deze test meerdere malen worden herhaald om de vooruitgang te kunnen bepalen.

Op basis van de resultaten van de looptest en het klachtenpatroon stelt de therapeut samen met de patiënt een persoonlijk trainingsschema op. De eerste weken van dit schema zijn zeer intensief, zo’n 2 tot 3 trainingen per week. Het trainingsschema bestaat niet alleen uit lopen, maar ook uit fietsen, spierversterkende oefeningen en indien nodig aanpassing van het looppatroon. Gaandeweg wordt de begeleiding afgebouwd en dient de patiënt zelfstandig te gaan trainen.